Christian Montijn (2003)
Een digitale procedure voor analoge infraroodreflectografie
Een onderzoek naar een nieuwe methode voor het monteren van infraroodreflectogrammozaïeken
Master's thesis, Rijksuniversiteit Groningen.
[ Paper (PDF, 872 kb) ]

1 Inleiding

Hoewel er tegenwoordig kunstschilders zijn die zichzelf voor een doek plaatsen en hun zielenroerselen zonder enige vorm van voorbereiding op het canvas gestalte geven, bestaan er vele schilders die een gedegen voorbereiding niet uit de weg gaan. Zij bestuderen de te schilderen scène aandachtig, bekijken deze vanuit verschillende gezichtspunten en arrangeren objecten net zo lang tot er een compositie ontstaat, die de onrust uit hun ledematen doet verdwijnen. Een laatste stap moet nog worden genomen, voordat de schilder zijn kwast kan pakken en aan het echte werk kan beginnen. Snel pakt hij een potlood en schetst vluchtig een ruwe opzet van de compositie op het doek. Het maakt hem niet uit of de schets accuraat is, zij dient tenslotte slechts als een gids voor de kwast. Bovendien zullen de koolstoflijnen weldra verdwijnen onder een dikke laag verf en niet meer te zien zijn voor de toekomstige kijker... Of toch?

Het cluster kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen doet al een aantal jaren onderzoek naar ondertekeningen in schilderijen. Ondertekening is een term voor de schets die een schilder maakt, voordat hij begint met schilderen. Met behulp van infraroodstraling kan een schets die zich onder een laag verf bevindt, zichtbaar worden gemaakt. Een ondertekening kan de onderzoeker veel vertellen over de geschiedenis van het schilderij.

Het cluster maakt voor zijn onderzoek gebruik van een methode die lang niet meer herzien is. Het is nu bezig te zoeken naar manieren om de procedure te verbeteren. Er wordt bijvoorbeeld geëxperimenteerd met digitale infraroodapparatuur. Ondertussen ligt er nog een aantal oude projecten dat moet worden afgerond. Het gaat om mozaïeken van gescande foto's met ondertekeningen. Het doel van dit onderzoek is het definiëren van een nieuwe werkwijze die gebruikt kan worden voor zowel de nog liggende projecten als toekomstige projecten. Hiervoor wordt bestaande software geanalyseerd en, waar nodig, nieuwe software ontwikkeld.

De onderzoeken tot nu toe richten zich voornamelijk op nieuwe technieken voor het zichtbaar maken van de ondertekening. Hierbij gaat het vooral om nieuwe apparatuur die kan worden gebruikt, of nieuwe technieken die een bepaalde meerwaarde aan het resultaat geven. Ik ben geen publicatie tegengekomen, waarin de auteur zich bezighield met het verbeteren van een methode om bestaande infraroodreflectogrammen te monteren, zodat in de totale montage de ondertekening het duidelijkst te zien is. Bovendien blijft in de bestaande onderzoeken de digitale beeldverwerking onderbelicht, terwijl deze zeer behulpzaam kan zijn. Hier ligt nog onontgonnen terrein en het is vooral op dit vlak dat het onderzoek naar een verbeterde methode zich concentreert.

In het nu volgende hoofdstuk volgt een verkenning van de bestaande methoden. In eerste instantie zal de ontwikkeling van de infraroodtechnieken worden geschetst. Daarna zal een aantal huidige technieken van verschillende onderzoeksgroepen aan bod komen met een beschrijving van hun voor- en nadelen. Zowel analoge als digitale technieken zullen de revue passeren. Aan het eind volgt een vergelijking met de ideale procedure en de praktische mogelijkheden.

In hoofdstuk drie inventariseer ik eerst de procedure die het cluster nu volgt. Tevens zullen er een aantal kritische noten worden geplaatst met betrekking tot het gebruik van de software en specifiek de manier waarop digitale beeldverwerking wordt toegepast.

Vervolgens komen in hoofdstuk vier twee softwarepakketten aan bod, die te gebruiken zijn voor het verbeteren van de procedure. De functionaliteit van deze hulpmiddelen zal grondig worden geanalyseerd. Met behulp van testmateriaal wordt aangegeven wat de sterke en zwakke punten van de programma's zijn. Waar nodig geef ik een inleiding in de digitale beeldverwerking om bepaalde functionaliteiten uit te leggen. Als laatste worden hun voordelen en nadelen vergeleken en uiteindelijk wordt bepaald welk programma het beste te gebruiken is in een nieuwe procedure.

In hoofdstuk vijf volgt de verbetering van de methode van het cluster kunstgeschiedenis. Het in hoofdstuk vier gekozen programma wordt met betrekking tot de te gebruiken functionaliteit kort geanalyseerd. Daaruit blijkt dat het bestaande programma op twee vlakken kan worden verbeterd. Vervolgens valt het hoofdstuk uiteen in twee delen. In het eerste deel wordt een nieuw programma gepresenteerd, dat automatisch zwarte randen en geometrische verstoringen aan de randen van de reflectogrammen verwijdert. In deel twee komt het programma dat reflectogrammen automatisch kan registreren aan bod. In beide delen zal ik uitvoerig bespreken welke digitale beeldverwerkende technieken de programma's gebruiken. Een inleiding in de technieken van segmentatie en beeldregistratie is daarbij onontbeerlijk. Aan de hand van testmateriaal zal ik uiteindelijk kijken in hoeverre de beide programma's de methode van het cluster kunstgeschiedenis nu werkelijk hebben verbeterd.

In het concluderende hoofdstuk zal er een beknopte beschrijving volgen van een nieuwe procedure voor het cluster kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Verder zal ik de ontwikkelde software kritisch onder de loep nemen en, waar mogelijk, voorstellen doen voor verbeteringen aan de door mij ontwikkelde software.