Esra van den Aker (2003)
Nieuws in een apenstaart
Nieuwsoverdracht via e-mail: theorie versus praktijk
Master's thesis, Rijksuniversiteit Groningen.
[ Paper (PDF, 550 kb) ]

1 Inleiding

1.1 Introductie van het onderzoek

Geen radio, geen tv, geen e-mail, geen web en toch was er nieuws. Honderd jaar geleden was de krant het medium bij uitstek om nieuws te brengen. Krantenuitgevers verlangen misschien stiekem weer terug naar die tijd. Er was één machtig medium en een gezagdragende redactie van journalisten bepaalde wat het volk als nieuws kreeg voorgeschoteld.

Maar 2003 schetst een ander beeld. De consument kan zelf aangeven in wat voor soort nieuws hij trek heeft: kanaal, vorm en inhoud zijn variabel en de lezer bepaalt. Een headline via sms, even zappen - op tv of het web - langs pagina 101 van Teletekst, het journaal van gisteren bekijken op NOS.nl of een krantje lezen op weg van huis naar het werk. Door de ontwikkeling van nieuwe technieken beschikt de nieuwswereld over vele kanalen waarlangs zij het nieuws aan de man kan brengen en de lezer heeft het voor het uitkiezen.

De visionairs zijn het er over eens dat de uitgeverswereld moet investeren in deze verscheidenheid. De krantenuitgever die stug vasthoudt aan één uitingskanaal is geen lang leven beschoren, zo luidt de voorspelling. Een massaproduct als de krant spreekt niet iedereen meer aan. Steeds meer uitgevers gaan toe naar een database model van uitgeven: dezelfde informatie - het nieuws - wordt in verschillende formaten verpakt en langs verschillende kanalen naar de nieuwsconsument verstuurd. Dan weer als ouderwetse papieren krant, dan weer als nieuws op een website, dan weer als e-mail naar de mailbox, dan weer als sms-bericht naar een mobiele telefoon. Soms fungeert ze als massamedium, dan weer levert het 1-op-1 informatie.

Maar zijn al die nieuwe kanalen wel geschikt voor het brengen van nieuws? Dat die nieuwe kanalen voor handen zijn, wil nog niet zeggen dat ze zich ook lenen voor het brengen van nieuws. Tijdens de internethype begaven veel kranten zich haastig naar het web. Dit nieuwe medium beloofde gouden bergen: een in potentie oneindig lezerspubliek, onbeperkte ruimte en multimediale mogelijkheden. Maar voor veel uitgeverijen is het web eerder een kostenpost dan een uitkomst gebleken. Inmiddels zijn we beland in de tweede ronde. Het web heeft haar verwachtingen (nog) niet waargemaakt, met name advertentie-inkomsten blijven achter. De e-paper en e-mail zijn de toepassingen waar de uitgevers nu hun pijlen op richten. E-mail wordt vaak ingezet als kattenbel voor de website. Als een soort tv-gids geeft het aan wat er allemaal getoond wordt vandaag - op het web of in de krant. Maar is dat alles waar e-mail goed voor is? Of zou e-mail ook geschikt zijn voor het brengen van nieuws? Een overhaaste gang naar alles wat de woorden nieuw en media in zich draagt, is niet verstandig. Voor elk nieuw medium moet onderzocht worden of het zich ook voor het brengen van nieuws leent. Een nieuwsuitgever zal eerst duidelijk voor ogen moeten hebben wat zij met dat nieuwe medium wil doen. Hoe draagt deze innovatie bij aan het nieuwsaanbod zoals we dat tot nu toe al brengen? Welke meerwaarde heeft het?

Er kan van alles in de nieuwswereld en uitgevers lijken van alles te moeten. De tijd om rustig te bedenken waarom je een bepaalde innovatie door zou moeten voeren, is er vaak niet. Zit de consument op deze nieuwe kanalen te wachten? Vergroot het voor de lezer de informatieovervloed of kan het hem helpen orde te scheppen in de chaos?

Elke zichzelf respecterende organisatie heeft nu al enkele jaren een website. Wie nu nog serieus genomen wil worden op internet, verstuurt daar ook een nieuwsbrief bij. Everybody does it en we moeten wel mee, wordt op het gebied van ICT te vaak als argument gebruikt. In deze scriptie kom ik met geldige argumenten waarom e-mail wel of niet als nieuwskanaal ingezet zou moeten worden.

In deze scriptie zal ik aangeven wat een krantenuitgever met e-mail als nieuwskanaal zou kunnen en moeten doen. Het kan als leidraad dienen om andere vormen van nieuwe media te benaderen en hun geschiktheid te testen voor het brengen van nieuws.

1.2 Probleemstelling

Het onderzoek moet gezien worden als de bestudering van een nieuwe vorm van nieuwsoverdracht. Onderzocht wordt hoe één voorbeeld van een digitaal medium, in dit geval e-mail, gebruikt kan worden voor het brengen van nieuws. Ik heb hierbij voor een brede, interdisciplinaire benadering gekozen, waarbij theorieën uit de communicatie, de journalistiek en de informatietechnologie worden samengebracht.

Vanuit de theorie wordt een model gecreëerd waarin wordt beschreven hoe nieuwsoverdracht via email plaats zou moeten vinden. Dit model wordt vervolgens naast de praktijk gelegd om te onderzoeken in hoeverre de huidige e-mailkranten voldoen aan dit model. Uiteindelijk kom ik tot een aanbeveling voor de vorm van een e-mailkrant die een kans van overleven heeft. Met kans van overleven wordt hier bedoeld dat de consument er behoefte aan heeft om op deze manier nieuws tot zich te nemen en dat voor de nieuwsuitgever deze vorm van nieuwsoverdracht uiteindelijk rendabel zou zijn.

In dit onderzoek staat de volgende onderzoeksvraag centraal:

Hoe zou nieuwsoverdracht via e-mail in theorie plaats kunnen vinden zodat het een kans van overleven heeft en hoe vindt die overdracht nu in de praktijk plaats?
Om een antwoord te geven op deze vraag, zullen de volgende vier deelvragen beantwoord worden:
  1. Wat zijn kenmerken van digitale communicatie, e-mail en nieuws?
  2. Hoe vindt nieuwsoverdracht via de krant en het web plaats?
  3. Wat zijn kenmerkende eigenschappen van communiceren via e-mail en met name het overbrengen van nieuws via e-mail?
  4. Wat zijn in de praktijk overwegingen van de zender van de boodschap (de nieuwsuitgever) en de ontvanger (de nieuwsconsument) bij het respectievelijk zenden en ontvangen van nieuws per email?
De eerste drie vragen zullen vanuit de theorie beantwoord worden. Om de laatste vraag te beantwoorden zijn twee praktische onderzoeken uitgevoerd, die worden beschreven in het vierde hoofdstuk.

1.3 Onderzoeksmethode

Het onderzoek om tot de beantwoording van de centrale probleemstelling te komen, bestaat uit twee delen: een literatuuronderzoek en een empirisch onderzoek. Het empirische, of praktische onderzoek, valt uiteen in twee onderzoeken: een kwalitatief deel (een beschrijvende inventarisatie) en een kwantitatief deel (een lezersonderzoek).

Literatuuronderzoek

In het literatuuronderzoek wordt vanuit drie disciplines naar de vraagstelling gekeken: vanuit de (digitale) communicatie, de journalistiek en de informatietechnologie.

Digitale communicatie geeft het kader aan waarin e-mail wordt gebruikt om communicatie van nieuws mogelijk te maken tussen de krantenorganisatie en haar lezers. Vanuit de journalistiek wordt o.a. bekeken wat de kenmerken van nieuws en nieuwsoverdracht zijn. Nieuwsoverdracht via e-mail draagt kenmerken van nieuwsoverdracht via de krant (de moeder van al het geschreven nieuws), maar ook kenmerken van nieuwsoverdracht via het web (een vorm van digitale communicatie) met zich mee. Door te bestuderen hoe de nieuwsoverdracht via de krant en het web plaatsvindt, kunnen we iets leren over de nieuwsoverdracht via e-mail. De informatietechnologie geeft een scala aan multimediale mogelijkheden en beperkingen om nieuws digitaal vorm te geven en aan de man te brengen.

Dit literatuuronderzoek vindt zijn neerslag in het tweede en derde hoofdstuk. In het tweede hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de eerste deelvraag: Wat zijn kenmerken van digitale communicatie, email en nieuws? De vragen Hoe vindt nieuwsoverdracht via de krant en het web plaats? en Wat zijn kenmerkende eigenschappen van communiceren via e-mail en met name het overbrengen van nieuws via e-mail? worden in het derde hoofdstuk beantwoord.

Empirisch onderzoek: twee delen

Het empirisch onderzoek is een beschrijvend onderzoek dat in het vierde hoofdstuk wordt gepresenteerd. Hierin wordt aangegeven hoe de nieuwsoverdracht via e-mail op het moment verloopt. Dit geeft inzicht in de drie componenten van communiceren: de zender (de nieuwsuitgever), het bericht (nieuws in e-mail) en de ontvanger (de nieuwsconsument).

De zender en het bericht: beschrijving van de status quo

In het eerste descriptieve, kwalitatieve onderzoek wordt beschreven hoe de overdracht van nieuws via e-mail op het moment in de praktijk plaatsvindt. Door vierentwintig e-mailkranten te beschrijven, krijgen we inzicht in de zender en het bericht (nieuws via e-mail). De status quo van nieuwsoverdracht via e-mail wordt beschreven.

De ontvanger: gebruikersonderzoek

Het tweede onderzoek is kwantitatief van aard. Via een online enquête is inzicht verkregen in de huidige situatie en wordt de ontvangerszijde van het communicatieproces belicht. De manier waarop nieuws per e-mail wordt gebruikt en de wensen van de nieuwsconsument op het gebied van nieuwsoverdracht per e-mail, worden duidelijk gemaakt. Door middel van een online gebruikersonderzoek onder de lezers van de e-mailkrant van het Eindhovens Dagblad, krijgen we onder meer inzicht in de doelen van de ontvanger. Uiteindelijk hebben meer dan duizend nieuwsconsumenten de online enquête ingevuld. Dit hoge aantal kon gehaald worden doordat een echte case uit de praktijk is genomen. Daarnaast heeft een goede toepassing van informatietechnologie eraan bijgedragen dat de online enquête zeer gebruiksvriendelijk was en een respons van meer dan 40% kon halen. Hiermee geeft dit onderzoek gedeeltelijk antwoord op de vierde deelvraag: Wat zijn in de praktijk overwegingen van de zender van de boodschap (de nieuwsuitgever) en de ontvanger (de nieuwsconsument) bij het respectievelijk zenden en ontvangen van nieuws per e-mail?

1.4 Opzet van de scriptie

De scriptie omvat vijf hoofdstukken. In het volgende hoofdstuk komen de belangrijkste begrippen en issues vanuit de journalistiek, de (digitale) communicatie en de informatietechnologie aan bod. Dit begrippenkader plaatst het onderzoek in een ruim kader en geeft aan welke termen bij het oplossen van de probleemstelling gebruikt zullen worden. De termen digitale media & communicatie, e-mail en nieuws staan hier centraal.

In hoofdstuk drie volgt de integratie van de literatuur die bestudeerd is op de gebieden van journalistiek, digitale communicatie en informatietechnologie. De nieuwsoverdracht via krant, web en e-mail wordt bestudeerd. Tot slot wordt een model voorgesteld voor het brengen van nieuws via email.

De twee praktische onderzoeken komen aan bod in het vierde hoofdstuk. De onderzoeken geven inzicht in de drie componenten in het communicatieproces: de zender, het bericht en de ontvanger. Een gedetailleerde omschrijving van vierentwintig e-mailkranten geeft inzicht in de zender en het bericht. Door middel van een survey-onderzoek komen we meer te weten over de ontvanger.

In het vijfde en concluderende hoofdstuk worden deze onderzoeken - theoretisch en praktisch - samengevoegd. Hoe het kan vanuit de theorie wordt vergeleken met hoe het is in de realiteit.