Jan Veen (2002)
Al doende. Analyse van de kenmerken van mens-machine interactie (MMI) en de mogelijkheden daarvan in het ontwerp van MMI.
Master's thesis, Rijksuniversiteit Groningen.
[ Paper (PDF, 587 kb) ]

Voorwoord

Het gebruik van computers is voor mij al een hele tijd zo vanzelfsprekend dat op de middelbare school al van mij beweerd werd dat ik in een computer woonde. Als student Alfa-Informatica ben ik veel met computers bezig en bezig geweest, maar in een computer gewoond heb ik niet, al is iets wat er op lijkt technisch mogelijk. Naast mijn studie ben ik ook hobbymatig altijd met computers bezig gebleven. Een van de vele aspecten daarvan is het feit dat ik redacteur ben geweest van het clubblad van een (plaatselijke) computerclub. Een van de neveneffecten van dat redacteurschap is dat ik ook beschikbaar was voor (computer)vragen van leden. Zelfs binnen de computerclub was de frustratie over computers soms groot. Dit leidde ertoe dat de interesse in de mechanismen van computergebruik werd opgewekt.

Een laatste druppel was het feit dat tussen de klaagzangen over computers, die ik ook buiten de computerclub kreeg, een iets afwijkend geluid zat. De klaagzangen hielden meestal in dat de computer veel te moeilijk was en niet leuk. Het afwijkende geluid was dat de computer niet moeilijk was, maar onhandig. Een verdere uitleg kon niet gegeven worden, omdat degene die het opmerkte maar met 1 woord mocht reageren. Opvallend was, behalve het antwoord, was ook degene die het antwoord gaf. Het antwoord werd gegeven door een (toen) 17-jarige. Iemand dus die geacht werd met computers te zijn opgegroeid. Voor mij betekende het antwoord zoiets als: 'Ja, ik kan met computers werken, maar ze doen alleen niet wat ik zou willen.' Dit antwoord zette me dus echt aan het denken. Het einde van dat denkproces is deze scriptie.

Tussen het eerste begin en deze scriptie zit een lange tijd, waarin ik van veel kanten ondersteuning heb gehad. Ten eerste mijn familie, daarnaast velen op verschillende plaatsen. Op de Rijksuniversiteit Groningen in het bijzonder George Welling, Leonie Bosveld en Sake Jager. Zij zijn mijn begeleiders geweest in mijn afstudeertraject. In dit traject heeft ook John Nerbonne een rol gespeeld. Daarnaast wil ik iedereen bedanken bij SPCGroup in Den Bosch., in het bijzonder de werknemers van de afdeling Advies en Ontwerp, waar ik zelf onderdeel van uit heb mogen maken. Een tweetal mensen moet ik apart bedanken. Ze zullen alleen met initialen genoemd worden, omdat ze hun rol onbewust daarvan hebben gespeeld. Ten eerste N.K., die de bovengenoemde uitspraak deed dat computers onhandig zijn. Daarnaast M.B., die daar geen last van had. Misschien dat dit is, omdat hij nog niet kon lezen toen hij computers begon te gebruiken, op ongeveer drie-jarige leeftijd.

De plaatjes, waarbij Judy Tienhoven van SPCGroup is geplaatst als bron, zijn afkomstig uit een workshop die zij gegeven heeft gedurende mijn stageperiode. Ik heb van haar werk gebruik mogen maken. Daarvoor hartelijke dank.