Karijn Marsman (2004)
In Holland staat een huis
Een CALL-programma voor kleuters met Nederlands als tweede taal
Master's thesis, Rijksuniversiteit Groningen.
[ Paper (PDF, 1037 kb) ]

1 Inleiding

Sinds een aantal jaren wordt ICT gebruikt bij het onderwijzen van taal. Dit zogenaamde Computer Assisted Language Learning (CALL) wordt op heel veel gebieden binnen het taalonderwijs toegepast. Een college over CALL (Computer Assisted Language Learning) tijdens mijn opleiding Informatiekunde aan de Rijksuniversiteit Groningen wekte mijn belangstelling voor dit voor mij nieuwe wetenschapsveld. Met name de mogelijkheden van de huidige computers, welke geëvolueerd zijn van een groen/zwart beeldscherm zonder geluid tot complete multimediasystemen, hebben ervoor gezorgd dat CALL een stormachtige ontwikkeling heeft doorgemaakt. CALL houdt veel meer in dan een hulpje bij leren van taal, een goed ontworpen CALL-methode stelt mensen in staat om zelfstandig een taal te leren. CALL is toepasbaar in zeer veel taalleersituaties: in de vorm van een zelfstandige taalleermethode, maar ook als ondersteuning bij klassikaal onderwijs of klassieke lesmethodes. CALL wordt ook al op heel veel onderwijsgebieden toegepast, maar CALL is tevens nog volop in ontwikkeling.

1.1 Motivatie

Uit onderzoeksresultaten van de afgelopen decennia blijkt, dat allochtone leerlingen beduidend lager presteren op school dan hun Nederlandstalige leeftijdsgenoten. De oorzaak hiervan is, dat veel allochtone kinderen een taalachterstand hebben en niet de kans krijgen deze gedurende hun (lagere) schoolperiode in te halen. Het gevolg is dat deze kinderen aan het eind van hun lagere schoolperiode niet alleen een taalachterstand hebben, maar dat zij ook bij de andere vakken veel lager blijken te scoren dan hun autochtone leeftijdsgenoten.

Deze allochtone kinderen die nauwelijks of geen Nederlands beheersen, gaan meestal naar een reguliere basisschool. In het reguliere basisonderwijs is vaak geen tijd en geld voor extra begeleiding. Daardoor is er te weinig aandacht voor kinderen met een taalachterstand. Uit de praktijk blijkt dat kinderen toch vaak in jaarklassen (leerlingen van dezelfde leeftijd) doorgaan naar een volgende groep. De leerlingen met een taalachterstand presteren lager dan dat van hun verwacht mag worden op basis van hun intellect. Uiteindelijk komen ze in het vervolgonderwijs op een te laag onderwijsniveau terecht.

CALL zou een goede ondersteuning zijn voor kleuters met een tweede-taalachterstand. Helaas zijn hiervoor geen geschikte programma s beschikbaar. In deze scriptie wordt onderzoek gedaan naar de eisen voor een goed CALL-programma. Vervolgens worden de eisen uitgewerkt tot een prototype van een CALL-programma.

1.2 Vraagstelling

Bij het onderzoek dat gedaan is om tot de eisen voor een goed CALL-programma voor kleuters met Nederlands als tweede-taal te komen staat de volgende vraag centraal:

In deze afstudeerscriptie wordt een beeld geschetst van hoe een goed CALL-programma voor kleuters met Nederlands als tweede-taal eruit moet zien en welke eisen er aan een dergelijk programma gesteld moeten worden. Kleuters zijn kinderen in de leeftijd van 4 tot 6 jaar. Tevens is er op basis van de gestelde eisen een module gemaakt van een CALL-programma voor kleuters met Nederlands als tweede-taal. Deze module is getest in twee kleuterklassen (de groepen 1 en 2 van de basisschool).

Om tot het antwoord op de vraagstelling te komen, is eerst een literatuuronderzoek gedaan waarmee antwoord is gegeven op de volgende vragen:

Naast het literatuuronderzoek zijn er interviews afgenomen bij leerkrachten in het kleuteronderwijs om een beeld te krijgen welke eisen deze begeleiders stellen aan een CALLprogramma voor kleuters met Nederlands als tweede-taal. Daarnaast zijn twee veelvuldig gebruikte CALL-programma s voor kleuters geanalyseerd. Om een beeld te krijgen van de leerdoelen voor het CALL-programma is het "Referentiekader voor doelstellingen rond vroege tweede-taal verwerving in Nederland en Vlaanderen" (Nederlandse taalunie, 2001) en de "Streeflijst woordenschat voor zesjarigen" (Schaerlaekens, Kohnstamm, Lejaegre, 1999) bestudeerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn verwerkt tot een eisenpakket. Aan de hand van dit eisenpakket is één module van het CALL-programma ontwikkeld in het softwarepakket Authorware. Ten slotte is deze module getest bij twee kleuterklassen met veel allochtone leerlingen.

1.3 Opbouw van de scriptie

Deze scriptie bestaat uit 8 hoofdstukken. In hoofdstuk 1 wordt het onderwerp van deze scriptie ingeleid en de vraagstelling uitgelegd. In hoofdstuk 2 het verslag van het literatuuronderzoek en het antwoord op de deelvragen gegeven. In hoofdstuk 3 wordt aandacht besteed aan de analyse van twee CALL-programma s voor kleuters. Hoofdstuk 4 bestaat uit de opzet van de interviews met de leerkrachten en de resultaten hiervan. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens een eisenpakket gegeven voor een goed CALL-pogramma voor kleuters met Nederlands als tweede-taal. Het eisenpakket dat in dit hoofdstuk gegeven wordt, is gebaseerd op de resultaten en bevindingen uit de voorgaande hoofdstukken. Dit eisenpakket is tot een programma uitgewerkt, welke beschreven staat in hoofdstuk 6. Dit programma is vervolgens getest in twee kleuterklassen en de resultaten hiervan zijn verwerkt in hoofdstuk 7. Het laatste hoofdstuk bevat de conclusie en de aanbevelingen voor verder onderzoek en ontwikkeling.