Petra Miedema (2005)
De effectiviteit van visualisaties binnen het vreemde-talenonderwijs
Master's thesis, Rijksuniversiteit Groningen.
[ Paper (PDF, 2482 kb) ]

Algemene inleiding

Het leren van grammatica van een vreemde taal is niet bepaald een favoriet onderdeel. Veel leerlingen vinden het leren van woordjes moeilijk genoeg en om dan ook nog na te moeten denken over het toepassen van grammatica, dat gaat sommigen echt te ver. Computerprogramma s zijn de laatste jaren steeds meer geïntegreerd in het onderwijs en spelen handig in op het feit dat leerlingen veel en graag achter de computer zitten. Wat dat betreft komen computerprogramma s de leerlingen wel tegemoet, maar de vorm waarin de inhoud gegoten wordt is nog vrijwel hetzelfde, waardoor het probleem van onbegrip blijft. Bij exacte vakken wordt er veel gebruik gemaakt van visualisaties, omdat deze abstracte leerinhoud een stuk duidelijker kan maken. Het experiment dat in deze scriptie aan de orde zal komen is opgezet om te kijken of het visualiseren van abstracte leerinhoud van een vreemde taal ook effectief kan zijn.

Het onderwerp van deze scriptie is het onderzoeken van het leereffect van visualisaties (concreet en abstract), vergeleken met tekstuele representaties in het algemeen en van visualisaties tegenover tekst van grammaticaregels in het vreemde talenonderwijs in het bijzonder. In eerste instantie leek het me interessant om, voortbordurend op het onderwerp van mijn literatuurstudie ("Feedback in user interfaces"), uit te zoeken of afwisselende representatievormen van feedback (visueel, verbaal of auditief) een positief leereffect hebben. Tijdens het inlezen is echter gaandeweg het idee van mijn huidige scriptieonderwerp ontstaan. Om een idee te krijgen van wat voor soorten feedback er zoal gebruikt worden, besloot ik bestaande computerprogramma s van computerondersteund onderwijs (COO) voor verschillende vakken te bekijken. Het viel al gauw op dat bij COO-programma s van bètavakken zoals wiskunde en biologie, veel meer gebruik gemaakt wordt van visualisaties, dan bij taalprogramma s het geval is. De enige visualisaties die gevonden zijn, zijn boomdiagrammen, die de structuur van een zin uitbeelden. Dit alles riep bij mij de vraag op waarom er bij alfavakken eigenlijk niet meer gebruik gemaakt wordt van visualisaties, aangezien visualisaties bij bètavakken zeer effectief kunnen zijn. Is dit zo omdat tekst echt effectiever is dan visualisaties, of is dit zo omdat dit altijd al op die manier werd aangeboden en er verder niet veel aandacht aan is besteed? Het vinden van een antwoord op die vraag is het onderwerp geworden van mijn scriptie. Uit veel eerdere onderzoeken is naar voren gekomen dat visualisaties het leereffect bevorderen (Larkin en Simon, 1987; Rogers en Scaife, 1999; Scaife en Rogers, 1996; Cheng e.a., 2001; Brna e.a., 2001; Mayer en Sims, 1994; Oberlander e.a., 1999). Waarom zou dit ook niet op gaan voor taalvakken?

De context waarbinnen visualisaties in deze scriptie geplaatst zullen worden, is weergegeven met behulp van een Venn-diagram in figuur 1.1 hieronder. Een Venn-diagram wordt gebruikt om relaties zichtbaar te maken (Moore & McCabe, 2000). In dit geval wordt de relatie tussen visualisaties en het leerproces toegelicht.


Figuur 1.1. Venn-diagram, waarbij het donkerste gedeelte de kern van het onderzoek weergeeft.

Het donkerste gedeelte geeft het gebied aan waar mijn onderzoek zich op richt, dat wil zeggen op visualisaties binnen het leerproces van grammaticaregels van een vreemde taal (Frans). Eerst zullen visualisaties binnen het onderwijs in het algemeen aan bod komen, vervolgens zal dit meer toegespitst worden. Bij het bespreken van de resultaten wordt dit proces als het ware omgedraaid; er worden eerst specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot visualisaties bij het leren van Franse grammatica. Vervolgens worden er aan de hand hiervan uitspraken gedaan over visualisaties in het algemeen.

De scriptie is als volgt opgebouwd. Allereerst ben ik op zoek gegaan naar literatuur die mij meer informatie zou kunnen verschaffen over het gebruik van visualisaties bij het leren van een vreemde taal. Het gebruik van visualisaties binnen het onderwijs in het algemeen is het onderwerp (geweest) van menig onderzoek. Visualisaties zouden een ondersteunende rol bieden bij het leerproces en vaak ook het leereffect bevorderen Er zijn allerlei onderzoeken gedaan naar de invloed van visualisaties op het leerproces, en dan met name voor bètavakken, zoals natuurkunde of logica. Over het gebruik van visualisaties binnen het vreemde talenonderwijs is veel minder bekend. Om toch voorspellingen te kunnen doen over de invloed van visualisaties bij het leren van een vreemde taal, en in dit geval van het leren van bepaalde tijden in het Frans, zal in het eerste hoofdstuk een overzicht gegeven worden van de bestaande literatuur over visualisaties in educatieve context.

Naast het theoretische gedeelte is ook het praktische gedeelte belangrijk. Om de effectiviteit van visualisaties te testen is er een experiment opgezet waarbij er een programma is ontworpen met drie verschillende versies. Er is een versie met alleen tekst, een versie met abstracte visualisaties en een versie met concrete visualisaties opgesteld. Deze drie verschillende versies presenteren dezelfde leerstof, namelijk twee verleden tijdsvormen van het Frans, op drie verschillende manieren. Aan de hand van de resultaten kan er gekeken worden of plaatjes effectiever zijn dan tekst en of er ook nog verschillen zitten tussen concrete en abstracte visualisaties.

De opzet van het experiment zal in het tweede hoofdstuk behandeld worden. De daadwerkelijke uitvoering van het experiment en de resultaten staan in hoofdstuk drie beschreven. In hoofdstuk twee komen verder de keuze van het onderwerp aan de orde net als de totstandkoming van visualisaties. Bovendien wordt de testopzet besproken en de verschillende onderdelen hierbij worden toegelicht. Daarbij wordt er ook nog een beschrijving van het programma gegeven, waardoor de indeling van het programma zichtbaar wordt.

Bij het behandelen van de uitvoering van het experiment in hoofdstuk drie komen onder andere elementen als proefpersonen en de bespreking van het experiment aan de orde. De resultaten op de pre-test, het programma en de post-test worden hier gepresenteerd en aan de hand hiervan zullen er een aantal uitspraken gedaan worden wat betreft de effectiviteit van de visualisaties.

Tot slot zullen er in hoofdstuk vier algemene conclusies en bevindingen weergegeven worden en zullen een aantal discussiepunten aangekaart worden. Tevens worden er nog een aantal ideeën voor verder onderzoek gegeven.