"When I use a word," Humpty Dumpty said, in rather a scornful tone, "it means just what I choose it to mean - neither more nor less."
"The question is," said Alice, "whether you can make words mean so many different things."
"The question is," said Humpty Dumpty, "which is to be master - that's all."
Ik hou me bezig met de betekenis van woorden en zinnen.
Woorden hebben niet simpelweg maar één betekenis, maar vaak een hele serie betekenissen.
Neem bijvoorbeeld het woord 'bord'. Dat kan een bord zijn waar je uit eet, of een schoolbord,
of een verkeersbord. Omdat woorden al zoveel betekenissen kunnen hebben, geldt voor zinnen, die immers
opgebouwd zijn uit woorden, dat het aantal mogelijke betekenissen enorm groot wordt.
Mensen merken dat helemaal niet, omdat ze meestal meteen de juiste betekenis eruit weten te pikken en zich
vaak helemaal niet realiseren dat er nog veel meer betekenissen mogelijk waren. Maar als je een computer
een zin laat analyseren, dan merk je pas hoeveel betekenissen een zin eigenlijk heeft.
Het interessante aan taal is dat het een enorm complex systeem is, maar dat mensen met een schijnbaar gemak gebruik maken van dit systeem. Wat ik graag te weten wil komen is hoe het kan dat mensen eigenlijk zo zelden struikelen over taal. Zo zullen maar weinig mensen, als ze in het bos een bordje tegenkomen met daarop de tekst 'Honden aan de lijn', denken dat dit een oproep is van Sonja Bakker om hun huisdier op dieet te zetten. En op het raam van een schoenenwinkel in de Herestraat in Groningen hing laatst een poster met de tekst 'Heren halve prijs', maar er was geen stormloop van mensen die hun verzameling van heren wilden aanvullen. Blijkbaar begrijpen mensen dergelijke incomplete zinnen precies zoals ze bedoeld zijn.
Kinderen tussen de 4 en 11 jaar oud maken vrijwel allemaal bepaalde fouten met taal. Zo hebben bijna alle kinderen een fase waarin ze van mening zijn dat het woordje 'hem' in een tekstje als 'Hier heb je Bert en Ernie. Bert slaat hem' ook naar Bert kan verwijzen, zodat de zin eigenlijk betekent dat Bert zichzelf slaat. Bij de meeste kinderen verdwijnen deze fouten vanzelf. Wat ik met mijn onderzoek wil uitvinden is of er factoren zijn die ervoor zorgen dat de fouten sneller verdwijnen en of er bepaalde groepen kinderen zijn die deze fouten niet maken of juist veel langer, bijvoorbeeld kinderen met een autistische stoornis.
My research is carried out within the Syntax and Semantics Group of the Center for Language and Cognition Groningen (CLCG), which participates in the School of Behavioral and Cognitive Neurosciences Groningen (BCN). My research is also associated with the Netherlands Graduate School of Linguistics (Landelijke Onderzoekschool Taalwetenschap).
| Petra Hendriks | CLCG | BCN | Dutch | ATW |