DE VESTING DOKKUM: HET STADSPLAN

Dokkum is nogal eens belegerd geweest, zowel in de Middeleeuwen als in de Nieuwe Tijd. Oorspronkelijk had Dokkum een stel stadsmuren die echter in 1531 door Karel V werden geslecht. Dokkum was toen een rechthoekige stad waarvan ongeveer een kwart ten zuiden van het diep en het grootste deel ten noorden van dit diep gelegen was. De vrij smalle straten en stegen verdeelden Dokkum in onregelmatige woonblokken. Allen de Breedstraat en de Legeweg waren nogal breed. Ten noorden van de abdij was een flink gebied onbebouwd gebleven. De grenzen van de stad werden in die tijd nog gevormd door de smalle grachten van de Wortelhaven in het zuiden en de Wester- en Kloostersingel, om de Koornmarkt heen en de Oostersingel in het noorden. In 1581 werd op initiatief van de Staten van Friesland begonnen aan de professionele fortificatie van Dokkum. Men legde de plannen voor aan stadhouder Willem van Oranje en na goedkeuring en overleg met het provinciebestuur werd eraan begonnen. Om de rechthoekige stad werd een regelmatige, zeszijdige, hoge en brede vestingwal opgeworpen, waardoor de oude verdedigingsgracht in haar geheel binnengracht werd. Het bouwen heeft behoorlijk wat werk gekost, gezien het feit dat de werkzaamheden pas in 1590 voltooid werden. De bouw van de vesting was echter niet de enige ingreep. In 1583 werd in de brugpijp over het midden van het Diep een sluis aangelegd, genaamd de Zijl. Hierdoor bleef het oostelijke gedeelte van het diep wel een getijdenhaven, maar de overige wateren in en om Dokkum werden binnenwater. Om dit te bereiken moest met twee beren bij de Oosterpoort de stadsgracht afgesloten worden. Waarschijnlijk heeft de aanleg van de vestingster zoveel geld gekost dat er nog maar weinig overbleef voor de versiering van de stadspoorten die in Dokkum vrij sober waren. Dokkum is verder nooit meer belegerd geweest. In 1800 werd de Hantumer- of Hanspoort nog vernieuwd maar in 1836 werden de drie pijpen met het poortwachtershuis gesloopt, waarna ook meerdere poorten sneuvelden. Dit was een ontwikkeling die zich in dezelfde tijd ook in andere steden voordeed: de afbraak van de poorten. De stadsmuren bleven echter bewaard vanwege de recreatieve waarde. In 1864 leende het gemeentebestuur zelfs nog 12000 gulden om de wallen te herstellen! In een tijd dus dat in de meeste steden de muren sneuvelden werden ze in Dokkum hersteld, waardoor de gemeente in uiterlijk aanzien heeft gewonnen.


BACK