HOEKEN EN KABELJAUWEN

Twee in samensteling vaak wisselende groepen van edelen en steden in Holland en Zeeland tussen circa 1350 en het einde van de 15de eeuw. De naam stamt vermoedelijk uit de successiestrijd welke na de dood van graaf Willem IV (1345) uitbrak tussen diens zuster Margaretha en haar zoon Willem V, maar duikt pas op in 1390. De verklaring van de naam is onzeker. De oorsprong van de tegenstellingen tussen groepen van edelen en hun onderlinge twisten moet worden gezocht in veten tussen adellijke geslachten, waarin ook de steden, die door onderlinge vijandschappen verdeeld waren, parij kozen. De inzet was oorspronkelijk het verkrijgen en behouden van invloed op het bestuur en van winstgevende functies in de regering en aan het hof van de graaf. Het overlijden van Willem VI in 1417 veranderde de partijstrijd in een strijd om de rechten van Jacoba van Beieren op de opvolging. Daarna ging het meer over de vraag of men voor Bourgondie (Kabeljauws) of tegen Bourgondie (Hoeks) was. De partijkeuze hing vaak van lokale kwesties of. Tegenstellingen in de regerende geslachten in de steden verbonden zich met adellijke veten en gingen in de Hoekse en Kabeljauwse twisten op. De Bourgondiers hebben niet alleen een einde aan de twisten gemaakt - de Jonker-Fransenoorlog was een laatste wanhopige poging van de Hoeken het getij te keren -, maar ook de maatschappelijke structuur zo veranderd dat partijschap in deze vormen geen enkele zin meer had.


BACK