LINNAEUS, CAROLUS

Carolus Linnaeus (of sinds 1757 Carl (von) LinneÚ) was een 18de eeuwse Zweeds natuuronderzoeker. Hij is op 23 mei 1707 te Rashult geboren en op 10 januari 1778 te Hammarby gestorven. In opdracht van de Zweedse regering maakte hij in 1732 een studiereis door Lapland; het resultaat hiervan legde hij neer in de Flora Lapponica. Hij promoveerde in de medicijnen in 1735 te Harderwijk, werd lijfarts bij George Clifford op diens buiten Hartecamp bij Haarlem en ordende er de botanische, mineralogische en zo÷ologische verzamelingen (1735-1737). Tijdens zijn verblijf in Nederland completeerde Linnaeus enkele door hem reeds uit Zweden meegebrachte manuscripten en publiceerde deze te Amsterdam en te Leiden, zoals Systema naturae (ed. 1, 1735; 18 edities tot 1835); Bibliotheca botanica (1737), Fundamenta botanica (1736), en Critica botanica (1737), terwijl hij op de Hartecamp zijn prachtige Hortus cliffortianus (1737; folio) schreef. Na een reis naar Engeland en Parijs vestigde hij zich als arts te Stockholm. Op 2 maart 1741 werd mede op zijn instigatie de Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen gesticht, waarvan hij de eerste president werd. In datzelfde jaar werd hij hoogleraar in de medicijnen te Uppsala, en in 1742 in de plantkunde. De grootste verdiensten van Linnaeus liggen vooral op het gebied van de rangschikking en het benoemen van de vormen van het leven. Hij schiep orde in de verwarring die toentertijd in de nomenclatuur heerste door het consequent gebruik van een binaire nomenclatuur. Ook voerde hij een korte, vaste, nog steeds gebruikte terminologie in ter vermijding van lange, herhaalde omschrijvingen, zoals corolla (= bloemkroon), stamen (= meeldraad), enz. Hij gaf een duidelijke en scherpe omgrenzing van de plantengeslachten en ordende het plantenrijk volgens een eenvoudig systeem, gebaseerd op de voortplantingsorganen (voornamelijk de meeldraden en de vruchtbeginsels). De botanische binaire nomenclatuur is gebaseerd op zijn Species plantarum (1753), de zoo÷logische op de tiende editie (1758) van zijn Systema naturae. Linnaeus sluit meer een tijdperk af dan dat hij een nieuw opent, doordat hij voornamelijk gebruik maakte van reeds bestaande methoden en inzichten, die hij echter met zijn systematisch genie gebruikte voor het opbouwen van een simpel informatiesysteem, vooral op het gebied van de botanische en de zo÷ologische taxonomie.


BACK