Gertjan's Looblog Juni/Juli 2015 Spanje Special navigation back navigation home navigation forward

De foto's van juni zijn hier te vinden: Flickr collection

De foto's van juli zijn hier te vinden: Flickr collection

27 juni: Llanes

Vandaag aangekomen in Bilbao voor onze vakantie - met tussenstop in San Sebastian voor een werkbijeenkomst. De eerste dagen verblijven we aan de Spaanse noordkust in Llanes (uit te spreken, volgens de Tom Tom, als "leens"), dichtbij de Picos de Europa. 's Avonds lopen we een rondje langs de kust. Lange hoge klif met een kaarsrecht pad erop waarvandaan je mooi over de zee en het stadje kijkt. Aan het eind van de klif is een klein strandje en de monding van een riviertje met haven. Het is mooi weer, eigenlijk wat te warm. 's Avonds eten we bij de haven in een eenvoudig restaurant.

route; natuur

zwarte wouw dianthus hyssopifolius

Llanes

28 juni: Llanes, en Tielve-Sotres-Tielve

knoopkruidparelmoervlinder

Kort rondje voor het ontbijt, langs de haven. Het is tegen acht uur als ik langs een disco kom waar tientallen mensen buiten langzaam bezig zijn om naar huis te gaan.

aasgier

Na het ontbijt dan de eerste serieuze wandeling in het gebergte van de Picos de Europa. We rijden naar het dorpje Tielve en daarvandaan lopen we route 27 uit de Rother Wanderfuehrer voor de Picos de Europa, om de Monte Camba. 't Is warm. Vanaf Tielve lopen we oostelijk van de Monte Camba naar Sotres. In het begin gaat het steil omhoog. De stukjes schaduw zijn aantrekkelijk bij het klimmen. Als we de steile stukken gehad hebben wordt het landschap ook wat opener. Beetje heide-achtig gebied. Er vliegen veel vale gieren over, en ook een tweetal aasgieren. In Sotres kunnen we op een terras heerlijk in de schaduw lunchen en de drankvoorraad bijvullen.

De terugweg blijkt veel aardiger dan we verwacht hadden. Mooi gelegen pad op de vrij steile bergwand. Geen bomen, dus wel heet. Als we het laatste stukje op de weg teruglopen trekt er plotseling bewolking van zee de vallei in en er vallen zelfs een paar druppels. We eten in het hotel, op het terras want de regen is weer snel verdwenen.

route Llanes; route Tielve; natuur

Tielve gentiana occidentalis

een dikkopje vale gier phyteuma spec
van Sotres naar Tielve pinguicula grandiflora

29 juni: heen en terug langs de Rio Cares, en minirondje Llanes

vale gier

Opnieuw een hete dag. We kiezen voor een van de bekendste wandelingen in dit gebied: door de "Garganta Divina", de goddelijke kloof van de Rio Cares (route 22 uit Rother boekje). Het is wel een lange wandeling, maar het klimmen lijkt op papier mee te vallen - en bovendien is de heen- en terugweg hetzelfde, dus kunnen we onderweg eventueel eerder omdraaien als het te ver lijkt (maar dat doe je dan dus niet).

Het is een geweldige route. Je loopt langs en soms door een steile rotswand vrij hoog boven de Rio Cares, over een oud onderhoudspad van een kanaaltje. Het eerste deel is toch nog flink klimmen, en dan een stukje dalen om op het eigenlijke pad uit te komen. Dan volgt de route ongeveer dezelfde hoogte en je loopt kilometers lang spectaculair tegen de rotswand geplakt. In sommige bochten is er wat schaduw en daar genieten we van. Op sommige plekken staat er plotseling een verfrissend windje. Uiteindelijk komt het pad dan via enkele tunneltjes bij een klein stuwmeer uit. Dan verbreedt de kloof zich plotseling en bevinden we ons in een lieflijke vallei, waar ook weer een cafeetje is: we zijn halverwege.

Ruta del Cares

We eten ons brood op langs de Rio Cares, in de schaduw van een groepje bomen. We zijn lang niet de enige wandelaars. De route wordt afgeraden voor weekeindes en vakanties omdat het dan erg druk is. Voor een gewone maandag is er ook al vrij veel belangstelling. De terugweg verloopt een beetje als de heenweg, maar het is wel erg heet geworden. Het stukje steigen vlak voor de uiteindelijke afdaling is erg afzien: geen spoortje schaduw.

Als we eenmaal terug in het hotel uitgerust zijn, lopen we nog een kort rondje door het dorp en vinden een aardig terras vlakbij het strand voor onze avondmaaltijd.

route Rio Cares; route Llanes; natuur

Rhaponticum coniferum Ruta del Cares

Rio Cares Rio Cares
jonge witte kwikstaart wordt gevoerd bij het keerpunt langs de Rio Cares
Ruta del Cares

30 juni: El Cable

Om de warmte te ontlopen kiezen we vandaag voor een wandelingetje boven op de berg, en nemen dan eerst de Teleférico om op de berg te komen. Dat kan bij Fuente Dé. Dat is nog wel anderhalf uur rijden, maar niet helemaal in de verkeerde richting - 's middags moeten we nog verder naar San Sebastian, onze volgende stop. In Fuente Dé, op zo'n 1000 meter hoogte, is het al dertig graden, maar als we zo'n 800 meter met de kabelbaan naar boven zijn verplaatst, naar El Cable, is het een stukje minder warm. De zon schijnt hier wel volop.

Het landschap is prachtig. Geweldige rotspartijen, prachtige vergezichten. Ook groeit hier van alles, in tegenspraak met het Rother boekje dat spreekt van "fast vegetationslos". Bomen ontbreken hier wel. We improviseren een kleine tocht. Bij kilometer 3 mondt het pad uit in een grote sneeuwhoop. Ik loop via een paar kleine meertjes weer terug naar El Cable - Petri volgt de makkelijker begaanbare route.

Na afloop is het nog een flink stuk rijden naar San Sebastian. Eerst door de bergen. De thermometer in de auto geeft 38 graden aan. Hoe dichter we bij de kust komen, hoe koeler het wordt. Er is ook hier en daar laaghangende bewolking die van zee het land opwaait. Een half uurtje later geeft de thermometer nog maar 22 graden aan. Petri voelt zich niet goed, dus we stoppen onderweg nog even in Castro Urdiales. Het wordt niet beter dus 's avonds doen we niet veel meer.

route; natuur

in de omgeving van El Cable in de omgeving van El Cable
Androsace villosa crepis pygmaea

1 juli: Donostia, Orio en Zarautz

kluwenklokje

Vandaag heb ik een projectvergadering. Vroeg op, met bus en taxi naar de campus. De vergadering duurt zowaar korter dan verwacht, dus ik kan al in de loop van de middag vertrekken. Ik loop naar het strand waar Petri al is, maar dat blijkt een heel warme onderneming (met een laptop op je rug en niet geheel voor wandelen gekleed).

Aan het strand zitten we in een randje schaduw dat langzaam smaller wordt, tot we gedwongen worden te vertrekken. Eerst terug naar het hotel. 's Avonds hebben we geen lust meer om de stad in te lopen, en met de auto is te ingewikkeld. Daarom nemen we de auto en bezoeken eerst het strand bij Orio. Mooi stukje kust met veel wilde planten ook. Daarna rijden we nog even door naar Zarautz: grotere badplaats. We eten wat op de boulevard. Opnieuw zijn wolken vanaf zee het land opgedreven en plotseling begint het hard te regenen. Wij zitten droog onder de zonnenschermen en kunnen rustig verder eten.

route Donostia; route Orio; route Zarautz; natuur

plotselinge regenbui tijdens het eten op de boulevard van Zarautz

2 juli: Rio Ara en Torla

San Nicolas de Bujaruelo

Net als vorig jaar rijden we vanaf Baskenland naar de Pyreneeën. De route is dus bekend, en we maken zelfs dezelfde stop bij een aftandse benzinepomp op een stukje oude weg waar de nieuwe snelweg nog niet klaar is. Na het tanken stoppen we bij de brug over de Rio Aragon in Puente la Reina de Jaca. Hier stikt het van de vlinders, vooral veel dambordjes. Ook vliegt er een dwergarend over. Mooie plek, maar te warm, dus we rijden vrij snel verder.

Ons doel is Torla, uitvalbasis voor het bekende nationale park Ordesa. We zijn daar in het begin van de middag. Petri doet het nog even rustig aan en rust wat uit. Ik rijd wat verder de bergen in om alvast terrein te verkennen. Torla ligt aan de Rio Ara, en die kun je stroomopwaarts een stukje per auto volgen tot je bij de Refugio de Bujaruelo komt. Hier is onder andere een camping en een parkeerplaats. En een schilderachtige brug over de rivier. Vanaf hier kun je de rivier lopend nog veel verder omhoog volgen. Ik loop een uurtje stroomopwaarts en weer terug. Het is prachtig, maar warm.

In het begin van de avond lopen we samen nog een kort rondje door Torla zelf, voordat we gaan eten.

route Rio Ara; route Torla; natuur

Rio Ara Lilium martagon
dal van de Rio Ara, gezien vanaf Torla

3 juli: Ordesa

Rood bosvogeltje - Cephalanthera rubra

Op de verjaardag van Petri lopen we de klassieke toer door Ordesa. In de Rother Wanderführer Pyrenäen 1 is dit route 15, minus de steile klim aan het eind. In de zomermaanden kun je niet in Ordesa komen met je eigen auto, maar je moet met de bus vanaf Torla. Ver is het niet en uiteindelijk zijn we tegen half elf op pad. Met nieuwe hoed op, want mijn pet heb ik blijkbaar gisteren in het restaurant achtergelaten.

Eerste deel van de route is een breed bospad dat lichtjes omhoog loopt. We lopen in de schaduw en hier in de bergen is het 's ochtends nog niet zo warm dus dat loopt gemakkelijk. Langzaam wordt de route spectaculairder als de eerste enorme watervallen hun opwachting maken. Langzaam verandert het bos in een enorme bloemenweide. Een enorme weelde aan wilde bloemen met allerlei grote opvallende soorten die ik voor het eerst zie.

Dan, na een kleine beklimming en een bocht ligt er plotseling een sprookjesachtig landschap voor je. Prachtige vallei afgesloten met een waterval zoals een waterval eruit ziet in de tekenfilms van Disney.

Ordesa Ordesa

Als we de waterval voorbij zijn komen we in de Circo de Soaso. Een wonderbaarlijk mooie vallei op 1700 meter hoogte. De vallei is een gletsjerdal en heeft dus een U-vorm: aan alle kanten rijzen de stijle rotswanden omhoog. Er stromen vanaf alle kanten kleine beekjes de vallei in. Langs de beekjes groeit natuurlijk van alles, en met een triomfantelijk gevoel roep ik Petri als ik de Edelweiss gevonden heb.

Als we uiteindelijk bij het eindpunt van de vallei komen wacht ons alweer een spectaculaire waterval. Er gaat hier een pad steil omhoog de vallei uit, maar dat pad laten we voor wat het is. We zoeken een beschaduwd plekje bij de waterval (wat nog niet meevalt) om ons brood op te eten. De terugweg verloopt zoals gewoonlijk veel vlotter dan de heenweg en we voltooien de 21 kilometers zonder problemen. Wonderbaarlijk mooie tocht, een echte aanrader.

route; natuur

Edelweiss Ordesa

Gentiana lutea Pedicularis follosa Polygonum viviparum welriekende nachtorchis gele monnikskap

Ordesa

4 juli: Otal Vallei

Na de vermoeienissen van gisteren kiezen we een iets minder zware tocht, op papier althans. We lopen vanaf dezelfde plek waar ik eergisteren was: de Refugio de Bujaruelo, en volgen dan de Rio Ara totdat je links omhoog kunt om in de Otal vallei te komen. Deze wandeling wordt ook beschreven in de Crossbill Guide voor dit gebied, die we nog van vorig jaar hebben.

't Is natuurlijk weer erg warm, en de hoop dat de klim vooral door het bos zou gaan, zoals gisteren, blijkt ijdel. De klim is warm en behoorlijk zwaar. We worden wel beloond: als we de laatste bocht om zijn, en we door de veepassage zijn gegaan ontvouwt zich al weer een prachtige vallei. Een beetje kleiner en wat opener dan gisteren, maar zeer de moeite waard. Door de vallei loopt een hevig kronkelende beek. De rest van de vallei is een enorme bloemenpracht.

We volgen de weg naar het eind van de vallei, natuurlijk bij een waterval. De weg ernaartoe is interessant. We horen steeds een merkwaardig geluid. Het lijkt uit het gras vlak langs de weg te komen. Petri maakt een opname zodat we 's avonds kunnen concluderen dat we hier kwartels hebben gehoord. Volgens de Crossbill Guide broeden die hier in dit gebied, dus dat klopt mooi. Verderop zit een alpenmarmot op een breed rotsblok. Ik maak uitgebreid foto's, maar hij trekt zich niets van mij aan.

Bij de waterval staan tussen de rotsblokken een paar boompjes en daar eten we ons brood. Ik klauter nog een stukje verder over het pad langs de waterval omhoog. Dat is erg steil en erg warm. Voor de terugweg improviseer ik een route langs de beek, maar veel levert dit niet op. Petri gaat over de weg. Als we eenmaal terug bij de auto zijn hebben we nog geen lust om terug te gaan naar de hitte van het dal, maar we blijven dus nog een tijd in de schaduw aan de Rio Ara zitten.

route; natuur

Otal vallei Apollo vlinder, Parnassius apollo

borstelkrans Otal vallei Scrophularia canina Nepeta nepetella
alpenmarmot Otal vallei
sempervivum montanum grote gele kwikstaart

5 juli: Rio Rialbo, Villas del Turbon, Castejon de Sos

Mirador Janovas

Reisdag. Onze volgende pleisterplaats is in Castejon de Sos, en we proberen iets te verzinnen om onderweg te doen - rekening houdend met de aanhoudende warmte. Uiteindelijk kiezen we na lang twijfelen voor route 20 uit de Crossbill Guide. Dat is een autoroute met zo nu en dan uitstapjes en korte wandelingetjes. Er komt niet veel van terecht. De eerste stopplaatsen zijn onvindbaar, omdat bij Campo blijkbaar een geheel nieuwe weg is aangelegd. Bij de andere stops is het ofwel te warm (Rialbo), ofwel we vinden de bedoelde route niet (Turbon).

De eerste stop onderweg was eigenlijk nog het leukst. Geen onderdeel van de route, maar een uitkijkpunt waar we vorig jaar ook even gestopt hebben toen we op weg waren naar de Anisclo kloof: Mirador Janovas. We hadden hier al eerder de spookdorpen gezien, en Janovas is ook zo'n spookdorp, aan de Rio Ara. Op Internet is het hartverscheurende verhaal te lezen. Al in 1917 werd door de toenmalige overheid toestemming gegeven om hier een stuwmeer te maken voor het genereren van electriciteit. Dan volgt een jarenlange geschiedenis van plannen maken maar er gebeurde nooit iets, behalve dan dat de bevolking van het dorp het leven op alle mogelijke manieren onmogelijk werd gemaakt. Na veel verzet verlieten de laatste bewoners het dorp in 1984. Pas in 2001 werd uiteindelijk beslist dat het project niet door mocht gaan. Sinds kort wonen er weer mensen in het dorp en wordt er langzaam gewerkt aan het herstel.

Als we eenmaal in Castejon de Sos zijn loop ik een rondje om de omgeving te verkennen. Vooral langs de Rio Esera waar ik ook een tijdje in de schaduw langs het water zit om aan de hitte te ontkomen. Er komt een lammergier over. Verderop is een soort vliegveldje (nou ja, een groot grasveld met enkele witgeschilderde stenen die de landingsbaan aangeven). In een boompje zit een grauwe klauwier. In de lucht zie ik ook geregeld parapenters. Het dorp blijkt een belangrijk centrum voor parapenting te zijn.

De camping hier is blijkbaar failliet gegaan: afgesloten met grote hekken. Het zwembad is nog wel in gebruik en daar zullen we de komende dagen regelmatig gebruik van maken aan het eind van de middag als we terug zijn van onze wandelingen. 's Avonds eten op een mooi terras in de schaduw van enkele oude bomen. Ook hier zullen we nog een paar keer terugkomen.

route Rialbo; route Turbon; route Castejon de Sos; natuur

bij de Rio Rialbo dambordje
grauwe klauwier Turbon

6 juli: Renclusa

We kiezen opnieuw voor het hooggebergte. We lopen een variant van route 46 uit het boekje van Rother. Met de auto naar Benasque, de toeristische trekpleister en uitvalbasis van deze streek, en dan nog een stukje verder naar het parkeerterrein vlak voor Hospital de Benasque. Daar kun je met de bus nog een stuk verder omhoog, naar La Besurta. We lopen daarvandaan naar de Refugio de la Renclusa en dan terug via de Plan de Aigulallut. Als we terug zijn in La Besurta besluiten we om ook verder lopend terug te gaan naar de auto.

La Besurta ligt op 1900 meter, dus we zijn al flink hoog als de wandeling begint. Het is ook nog helemaal niet te warm. Het eerste stuk is wel flink klimmen, dat wel. We klimmen eerst tot aan de Refugio. Dit is een mooie plek, met mooi uitzicht op de nog enigszins besneeuwde toppen, en een aantal snelstromende beken. Ook groeien er veel interessante planten, onder andere zwarte vanille-orchissen.

We moeten dan nog wat verder omhoog. Dit is een lastig stuk, meer klauteren dan wandelen. En dus ook steil omhoog. We komen dan op het hoogste punt voor vandaag, zo'n 2200 meter. Aan de andere kant van de top gaat het ongeveer even lastig weer naar beneden. Als we een beek passeren staan er honderden exemplaren van een nieuwe soort voor mij: Saxifraga aquatica. Een prachtige grote plant met witte bloemen die een voorliefde heeft voor snelstromende bergbeekjes.

Even verderop, als we bijna beneden zijn, krijgen we een prachtig uitzicht op de Plan de Aiguallut: al weer zo'n prachtige vlakke vallei met meanderende bergbeekjes. Heerlijke plek. Brood eten. Dan verder naar beneden. De vallei wordt afgesloten met een geweldige waterval. Dan lopen we wat makkelijker naar beneden tot we bij het beginpunt terug zijn, La Besurta. Even pauze. Op de bus wachten of zelf naar beneden lopen? Ik hoef Petri niet te overtuigen, we lopen.

Dit deel van de route is mooier dan verwacht. Eerst door een flink dal waar ook honderden runderen grazen. Vervolgens een hele afwisselende route met onder andere een prachtig stukje bronnenbos waar bijvoorbeeld Pedicularis mixta groeit. Het is wel weer heel warm aan het worden, en we zijn dan ook weer blij als we bij de auto zijn. Dit was een van de mooiste routes die we gedaan hebben, vooral ook heel afwisselend. Ik heb zelfs meer foto's gemaakt dan in Ordesa.

route; natuur

Roestbladig alpenroosje - Rhododendron ferrugineum Geum montanum

Zwarte vanille-orchis - Gymnadenia rhellicani Collado de la Renclusa
Saxifraga aquatica Plan de Aiguallut
zwarte roodstaart Pedicularis mixta

7 juli: Llauset

Bupleurum angulosum

De hittegolf houdt aan, maar morgen zou het een dagje minder warm moeten worden. Vandaag rijden we met de auto naar het stuwmeer van Llauset. Dat ligt op ruim 2200 meter hoogte en er ligt een onderhoudsweg naartoe die "goed onderhouden" zou zijn. De tocht met de auto omhoog is al een belevenis. Je rijdt nauwelijks harder dan 15 km/uur vanwege de vele kuilen, en dat meer dan 10 kilometer lang. Als je er dan bijna bent, moet je nog door een spookachtige tunnel en dan sta je plotseling op een klein parkeerterreinje aan een stuwmeer tussen enkele grote kale bergen. Hoewel we onderweg niemand tegen kwamen staan er nog een paar auto's.

We lopen een deel van wandeling 51 uit de Rother gids, ofwel route 21 uit de Crossbill Guide. Het is veel klauteren, en - ook op deze hoogte - warm. Schaduw is hier nergens, al waait er wel een verfrissende bries. Op de thermometer zal het niet veel warmer dan 16 graden zijn, maar de zonnewarmte is er niet minder om. Onderweg weer veel planten van het hooggebergte die ik een beetje begin te leren kennen, maar ook een prachtige "nieuwe" soort: Bupleurum angulosum.

Bij het keerpunt rusten we uit en eten een broodje. Een alpenmarmot laat zich uitgebreid zien. Onderweg kreeg ik nog een standje van een tegemoetkomende wandelaarster die zich ontpopte als een boswachter omdat ik bij het fotograferen een bloemetje had geplukt, en we zitten hier wel in het Posets Maladeta natuurpark.

Als we na de lange terugweg weer in het hotel zijn is het daar weer gewoon 37 graden, en we brengen de rest van de middag door in het zwembad totdat het om zeven uur dicht gaat. 's Avonds tijdens het eten vallen er zeventien regendruppels...

route; natuur

onze voorbereiding tijdens hittegolf in de Pyreneeën spookachtige tunnel naar Llauset
Embalse de Llauset alpenmarmot
Veronica fruticans Doronicum grandiflorum

8 juli: Estos vallei

Swertia perennis

Omdat de weersverwachting voor Benasque slechts 22 graden geeft (de afgelopen dagen was het steeds zo'n 30 graden) durven we vandaag weer een wat uitgebreidere tocht te ondernemen. Het is de Estos Vallei - genoemd als extra optie A in de Crossbill Guide, en als wandeling 42 in de Rothergids. Het beginpunt van de wandeling ligt een stukje verder dan Benasque, en we lopen het eerste deel van de wandeling langzaam omhoog, met veel schaduw. Het lijkt inderdaad een beetje koeler te zijn, voorlopig.

We komen door een prachtig bronnenbos met allerlei wilde planten. Swertia perennis bijvoorbeeld, die zie ik hier voor het eerst sinds de Bulgaarse bergen van vier jaar terug. En veratrum album. Ook veel gele en blauwe monnikskap en gele gentiaan. We verlaten de brede zandweg om via een klein pad langs de grote waterval te lopen. Als we die voorbij zijn verbreedt de vallei zich en wordt het bos ook opener. We komen bij een boerderij, steken de rivier over, en dan begint de klim naar het eindpunt. Erg steil, maar wel een mooi aangelegd pad. Om ons heen is er een enorme overvloed aan wilde planten. Vooral veel planten die we hier al eerder zagen, maar in onwaarschijnlijk grote aantallen. Ook heel veel vlinders natuurlijk.

Dan komen we bij het eindpunt, een refugio. We zitten in de schaduw van de zijkant van het gebouw, net als nog een paar andere wandelaars. Het is natuurlijk toch gewoon weer warm. Zoals vaker gaat de terugweg vlugger dan verwacht, maar eer we terug bij de auto zijn is het weer erg heet. Van de bedoelde afkoeling is niets terecht gekomen. In ons dorp is het weer 37 graden en we vermaken ons opnieuw een paar uur in het zwembad.

route; natuur

bruinrode wespenorchis cicerbita plumieri
Estos vallei Estos vallei

9 juli: Flix, Miravet, Riumar

bijeneter

Reisdag. We verlaten de bergen en koersen zuidwaarts naar de delta van de Ebro, aan de Middellandse zee, zo'n 150 kilometer ten zuiden van Barcelona. We hebben geen plannen voor onderweg, maar we stoppen even in het plaatsje Flix, waar we de Ebro voor de eerste keer oversteken. Langs de oever van de Ebro kijken we even rond. Petri loopt terug naar de auto, en ik kijk nog even verder. Dan denk ik plotseling een ijsvogel te zien vliegen. Even later zie ik er meer, maar het zijn geen ijsvogels maar mijn eerste bijeneters! Prachtige opvallend gekleurde vogels. Er zit een heel groepje in de bomen langs de rivier.

We stoppen wat langer in het dorpje Miravet, ook al aan de Ebro. Prachtig gelegen klein dorpje met een oud centrum en kasteel dat tegen de heuvel aan is gebouwd, met spectaculair uitzicht op de rivier. Op het dorpspleintje eten we een broodje, in de schaduw van oude bomen.

Dan rijden we nog een stukje verder en plotseling zien we de delta liggen. Na het verdorde bruingele bergachtige landschap ligt er plotseling een zeer plat en zeer groen stuk land, als een uitstulping in de zee. Zodra we de grote weg af zijn, zien we ook onmiddellijk grote aantallen vogels. De delta wordt wel vergeleken met de Camargue, maar het is wel wat kleiner. De overvloed aan vogels is alvast een overeenkomst. We zien gelijk veel steltkluten, koereigers en kleine zilverreigers.

We logeren in Riumar, een stadje direct aan zee. Ook hier is het warm, maar het verschil is, dat ze de warmte hier gewend zijn en er dus airco in de hotelkamer is. We gaan op verkenning uit, naar de kust. Daar zijn een paar vogelkijkhutten en iets verder noordelijk is het grote strand van Riumar. In de eerste vogelkijkhut heb je uitzicht op een grote lagune. De meeste vogels zitten erg ver weg, maar we zien wel grote en kleine zilverreigers, en de eerste zwarte ibissen - daar zien we er de komende dagen nog veel meer van. 't Opvallendste zijn de enorme aantal libellen (vooral veel Zwervende heidelibellen). Op de top van haast elke rietstengel zit er wel eentje.

We eten 's avonds op het terras van ons hotel. Zoals Petri al had voorspeld is dit ook voor muggen een aantrekkelijke plek.

route Flix; route Miravet; route Riumar; natuur

Pancratium maritimum yucca
Passeig Maritim in Riumar strand Riumar

10 juli: Riumar, Deltebre, Ullals de'n Baltasar, Riumar

Voor het ontbijt loop ik een rondje in de buurt van het hotel (als ik eenmaal ontdekt heb hoe ik het hotel uit kan), in de hoop dat het dan lekker koel is. Dat is het niet. Hier dicht bij zee koelt het 's nachts niet erg af. Ik loop langs de vogelkijkplaatsen tot aan de plek waar de Ebro in zee stroomt, en dan langs de rijstvelden weer terug. Ik krijg een purperreiger mooi te zien - dat zal hier nog lang niet de laatste blijken te zijn.

Het gebied van de delta doet een beetje aan een eiland denken. Het is echt een stukje land dat afgescheiden lijkt te zijn van de rest van Spanje. Deltebre is de hoofdstad van dit "eilandje". Daar gaan we na het ontbijt eerst even heen omdat we moeten pinnen en omdat we langs het toeristenburo willen omdat we weinig informatie hebben over dit gebied, en Internet in het hotel niet betrouwbaar is. Uiteindelijk lukt dat.

Vervolgens maken we met de auto een rondrit door het zuidelijke deel van de delta, en we stoppen regelmatig om het landschap en de vogels te bekijken. Steeds weer zwarte ibissen, witwangsterns, visdiefjes, purperreigers, steltkluten, zilverreigers en ook ralreigers (die herkennen we 's avonds pas na bestudering van het vogelboek). En de eerste flamingo's. Ik vind het hier prachtig, alleen jammer dat het eigenlijk te warm is om aan wandelen te denken.

route Riumar; route Deltebre; route Ullals de'n Baltasar; route Riumar; natuur

steltkluut purperreiger
delta van de Ebro kleine zilverreiger
visdiefje oude veerboot over de Ebro is buiten gebruik

11 juli: Fangar, Bassa de l'estella, Bassa de les Olles, Gola de Migjorn, Fangar

route Fangar; route Gola de Migjorn; route Bassa de les Olles; route Bassa de l'estella; route Fangar; natuur

Ik sta toch nog eens vroeg op en loop een rondje bij Fangar: een deel van de delta waar je gedeeltelijk mag komen, maar alleen lopend. Het is voornamelijk een enorm strand- en duingebied. Een groot deel is afgezet als broedgebied, blijkbaar vooral voor meeuwen en sterns. In de verte is de vuurtoren. 't Is een mooi, bijzonder gebied, en mijn humeur wordt nog verbeterd als ik uitgebreid een hop in beeld krijg.

Overdag maken we opnieuw een flinke toer per auto langs een aantal bijzondere plekken. De eerste kunnen we helemaal niet vinden. Blijkbaar een uitkijktoren over een "bassa" (lagune) die particulier bezit is, en waar inmiddels de eigenaar geen pottenkijkers meer binnenlaat. Er blijven genoeg prachtige plekjes over. We eindigen bij een strand waar we in de schaduw van een aantal bomen het wel uithouden. Veel bijzondere meeuwen.

's Avonds lopen we samen bij Fangar naar de vuurtoren. Terugweg in het donker. En donker betekent hier dat je, uiteindelijk, echt helemaal niets meer ziet.

Fangar zwervende heidelibel
hop ralreiger
koninginnepage Kosteletzkya pentacarpos
Audoins meeuw kwak
Punta del Fangar

12 juli: Riumar, en "flamingo's"

Na het ontbijt, maar voordat we op weg gaan, loop ik nog even naar de vogelkijkhut die het dichtst bij het hotel ligt. Als ik er ben komt er een groepje russen met een Engelssprekende gids langs. Ze vertelt dat de 14000 flamingo's nu hier niet te zien zijn omdat ze broeden. Ik denk te begrijpen waar dat is. Dat is een mooie bestemming voor de rest van de dag.

Het zuidelijke deel van de delta is een schiereiland waar je niet kunt komen. Je mag met de auto tot aan het begin van het gebied komen, en dan over het strand een stuk verder lopen. De rest van het gebied is afgesloten als broedgebied van 14000 flamingo's, en een deel is ook in gebruik om zout te winnen. Dat gebied is het doel van onze wandeling vandaag. Bij het parkeerterrein zit een groep flamingo's vrij dichtbij. Die kunnen we dus goed observeren.

Dan verder over het strand. Een fotograaf gaat een stukje de afscheiding over en de flamingo's vliegen gelijk op. Mooi gezicht (maar dat mag die fotograaf niet doen natuurlijk). Je kunt een kilometer of drie langs het strand lopen tot aan een vogelkijkhut. Het strand is afgezet en er lijkt zelfs een soort wachthuisje van een boswachter te zijn. Onderweg vliegen er steeds grote sterns over, en ze jagen vlakbij boven zee. Prachtig gezicht als ze zich als een steen omlaag laten vallen en het water in duiken.

Ten slotte eindigen we bij hetzelfde strandje als gisteren: daar is tenminste schaduw onder de bomen.

route flamingo's; route Riumar; natuur

grote stern zoutwinning bij het broedgebied van de flamingo's
flamingo
flamingo zwarte ibis

terug naar Looblog Juni 2015


Reacties: G.J.M.van.Noord@rug.nl            Andere afleveringen van de looblog

Copyright: de teksten van de looblog zijn "public domain".