Petra Hendriks

Samen met Sanne Kuijper, Jessica Overweg en Catharina Hartman (Accare & Psychiatrie, UMCG) doe ik onderzoek naar taalbegrip en taalgebruik bij kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) en kinderen met ADHD. Hieronder worden enkele van de resultaten samengevat.


Inlevingsvermogen bij kinderen met ASS en kinderen met ADHD

In ons onderzoek hebben we kinderen getest op taken waarbij ze zich moesten inleven in een andere persoon (zogenaamde Theory of Mind-taken). Het bleek dat zowel kinderen met ASS als kinderen met ADHD problemen ondervonden op deze taken. Vervolgens hebben we gekeken of deze problemen te maken hadden met hun cognitieve vermogens. Bij kinderen met ADHD vonden we dat hun problemen op inlevingstaken te maken hadden met hun werkgeheugen en hun taalbegrip. Bij kinderen met ASS vonden we deze relaties niet. Dit suggereert dat de problemen die kinderen met ASS in hun dagelijkse leven ondervinden wellicht veroorzaakt worden door hun moeite om zich in een ander in te leven.

(zie Sanne J.M. Kuijper e.a., Theory of mind deficits have different underlying mechanisms in children with ASD and ADHD)


Taalvaardigheid bij kinderen met ASS en kinderen met ADHD

Net als kinderen met ASS hebben kinderen met ADHD soms problemen met taal. In dit onderzoek naar het spontane taalgebruik van kinderen met ASS en kinderen met ADHD hebben we gekeken in hoeverre de taalproblemen van kinderen met ADHD overeenkomen met die van kinderen met ASS. We vonden dat beide groepen kinderen problemen hadden met de coherentie van hun verhalen. Ook hadden beide groepen kinderen problemen met de syntactische complexiteit van zinnen en herhaalden ze vaak woorden. Daarnaast vonden we ook verschillen: kinderen met ADHD hadden meer moeite met het gebruik van verwijzende uitdrukkingen en waren minder vloeiend in hun spraak dan kinderen met ASS.

(zie Sanne J.M. Kuijper, Catharina A. Hartman, Suzanne Bogaerds-Hazenberg, & Petra Hendriks, 2017, Narrative production in children with ASD and children with ADHD: similarities and differences. Journal of Abnormal Psychology 126:1, 63-75)


Begrip van voornaamwoorden bij kinderen met ASS en kinderen met ADHD

Kinderen zonder ontwikkelingsproblemen hebben tot hun zesde jaar nog moeite met zinnen zoals "de olifant slaat hem". Ze menen dat het voornaamwoord hem in deze zin terug kan verwijzen naar de olifant. Een mogelijke verklaring voor dit verschijnsel is dat deze kinderen nog geen rekening houden met de keuzes van de spreker. Kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) en kinderen met ADHD hebben doorgaans meer moeite om rekening te houden met een ander. In ons onderzoek vonden we dat een beter begrip van hem samenhing met een beter inlevingsvermogen en betere impulsbeheersing. Dit wijst erop dat luisteraars zich voor een goed begrip van woordjes zoals hem moeten inleven in de spreker. We vonden geen verschil tussen de groep kinderen met ASS, de groep kinderen met ADHD en de groep kinderen zonder ontwikkelingsproblemen. Het lijkt er dus op dat kinderen met ASS of ADHD wel degelijk rekening kunnen houden met de keuzes van de spreker, ondanks hun moeite om op andere gebieden rekening te houden met de ander.

(zie Sanne J.M. Kuijper e.a., Pronoun processing in children with ASD and ADHD: the role of Theory of Mind, inhibition, and working memory)


Gebruik van voornaamwoorden bij kinderen met ASS en kinderen met ADHD

Sprekers moeten voortdurend beslissen hoe specifiek ze behoren te zijn als ze naar iets of iemand verwijzen. Zo kunnen ze het hebben over 'de piloot' (specifiek) of over 'hij' (minder specifiek). Belangrijk voor hun beslissing is of de luisteraar kan achterhalen over wie of wat het gaat. Als de spreker denkt dat de luisteraar niet zal begrijpen naar wie een voornaamwoord zoals hij verwijst, dan moet de spreker specifieker zijn. We lieten kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS), kinderen met ADHD en kinderen zonder ontwikkelingsproblemen verhaaltjes vertellen aan de hand van plaatjes. Uit de vertelde verhaaltjes bleek dat kinderen met ASS en kinderen met ADHD net zo goed rekening houden met hun luisteraar als kinderen zonder ontwikkelingsproblemen. Des te groter hun inlevingsvermogen en werkgeheugen, des te specifieker hun verwijzing. Kinderen met ADHD zijn wel iets minder specifiek in hun verwijzingen wanneer er meerdere personages aanwezig zijn in het verhaal. Dit zou te maken kunnen hebben met hun moeite om te onthouden hoe vaak en wanneer ze de personages eerder hebben genoemd.

(zie Sanne J.M. Kuijper, Catharina A. Hartman & Petra Hendriks, 2015, Who is he? Children with ASD and ADHD take the listener into account in their production of ambiguous pronouns. PLoS ONE 10:7, e0132408)


Diagnostiek van autisme

Het Autisme Diagnostich Interview-Revised (ADI-R) is een veelgebruikt gestandaardiseerd instrument in de diagnostiek van autisme. De ADI-R maakt een onderscheid tussen kinderen met en zonder autisme. Voor klinische en onderzoeksdoeleinden zijn echter criteria nodig die Autisme Spectrum Stoornissen (ASS) onderscheiden. Het is belangrijk dat clinici en onderzoekers de voor hun doel het best passende criteria kunnen kiezen. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen hiervoor als leidraad dienen. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de gegevens van 1204 proefpersonen, die in verschillende deelonderzoeken zijn verzameld bij een aantal Universitaire Centra voor Kinder en Jeugdpsychiatrie in Nederland. Een van die deelonderzoeken was het onderzoek van Sanne Kuijper.

(zie Annelies de Bildt e.a., 2013, How to use the ADI-R for classifying autism spectrum disorders? Psychometric properties of criteria from the literature in 1,204 Dutch children. Journal of Autism and Developmental Disorders 43:10, 2280-2294)